Sensorspecifieke aangepaste camera-instellingen configureren

2026-07-09Laatst bijgewerkt

Als u voor elke sensor verschillende camera-instellingen wilt gebruiken die niet beschikbaar zijn bij het gebruik van aangepaste camera-instellingen voor alle sensoren op een multisensorcamera, kunt u sensorspecifieke camera-instellingen configureren.

Wat u moet weten

Met sensorspecifieke aangepaste camera-instellingen worden de sensoren losgekoppeld van een opnameprofiel.

Procedure

  1. Selecteer op de pagina Apparaten in de taak Configuratie een multisensorcamera.
  2. Klik op het tabblad Sensoren in het zijpaneel en selecteer een sensor.
  3. Klik op het tabblad Instellingen in het zijpaneel.
    Het tabblad Sensorinstellingen op een multisensorcamera verschilt van het tabblad Camera-instellingen, omdat alleen instellingen worden weergegeven en toegepast op de geselecteerde sensor.
  4. Selecteer in het gedeelte Video in de lijst Opnameprofielde optie Aangepaste instellingen.
    OPMERKING:
    Camera's die zijn geconfigureerd met de optie Aangepaste instellingen worden niet weergegeven in de lijst Opnameprofielen, omdat de aangepaste instellingen alleen van toepassing zijn op de geselecteerde camera.
  5. Pas de instellingen van de camerasensor aan uw behoeften aan:
    1. Selecteer een opnamelocatie die relevant is voor uw apparaattype:
      • D2C-camera's: selecteer Camera edge-opname of Cloud.
      • Cloudlink-camera's: selecteer Cloud of Apparaat.
      OPMERKING:
      De locatie voor camera edge-opname is alleen beschikbaar voor Axis direct-to-cloud camera's die SD-kaarten ondersteunen en firmwareversie 11.11 of hoger hebben.
    2. Selecteer een bewaarperiode voor video's.
      Klik op Aangepast om een bewaarperiode op te geven. De maximale bewaarperiode voor video's is 1.096 dagen (3 jaar).
    3. (Optioneel) Deactiveer videominiaturen op de tijdlijn.
  6. (Optioneel) Als beeldrotatie wordt ondersteund voor uw camera, stelt u een beeldrotatie in.
  7. (Optioneel) Deactiveer camera-analysegebeurtenissen.
  8. (Optioneel) Deactoveer metadata van camera.
  9. Klik op Opslaan.
  10. (Optioneel) Herhaal deze procedure indien nodig voor extra sensoren.